Dit artikel is blog 4 binnen het thema Hybride Atleet 2.0.
In de vorige blogs hebben we de basis gelegd voor dit systeem:
In blog 1 legde ik uit hoe krachttraining, plyometrie en mobiliteit samen bepalen hoe snel en belastbaar je loopt.
👉 Lees blog 1: Krachttraining, plyometrie en mobiliteit afgestemd op loopsnelheidIn blog 2 ging ik dieper in op plyometrische training en wanneer dit je sneller maakt — en wanneer juist niet.
👉 Lees blog 2: Plyometrische training – wanneer het je sneller maakt (en wanneer niet)In blog 3 liet ik zien waarom krachttraining moet aansluiten op zone 2, threshold en interval.
👉 Lees blog 3: Krachttraining voor hardlopers per loopsnelheid
In dit artikel pakken we een onderwerp aan waar veel verwarring over bestaat:
mobiliteit versus stabiliteit.
Veel atleten zijn óf continu aan het rekken,
óf doen juist niets aan mobiliteit omdat ze “sterk genoeg” zijn.
Beide benaderingen missen de kern.
Niet alles wat strak aanvoelt is een mobiliteitsprobleem.
En niet alles wat instabiel is los je op met meer kracht.
Het verschil tussen mobiliteit en stabiliteit
Mobiliteit gaat over bewegingsvrijheid.
Stabiliteit gaat over controle binnen die bewegingsvrijheid.
Je hebt beide nodig, maar nooit onbeperkt van één van de twee.
Te weinig mobiliteit beperkt:
paslengte
afzet
loophouding
Te weinig stabiliteit zorgt voor:
energieverlies
compensaties
overbelasting
Het probleem ontstaat wanneer mobiliteit en stabiliteit niet in balans zijn.
Waarom méér mobiliteit je soms trager maakt
Een veelgemaakte fout is blijven werken aan mobiliteit terwijl het probleem eigenlijk stabiliteit is.
Bijvoorbeeld:
steeds heupen losmaken terwijl rompspanning ontbreekt
enkels blijven rekken terwijl de voet geen kracht kan leveren
schouders mobiliseren terwijl scapulaire controle ontbreekt
Het gevolg is dat kracht “weglekt”.
Je beweegt meer, maar niet beter.
Binnen Hybride Atleet 2.0 geldt daarom:
mobiliteit zonder stabiliteit is ruis.
Waar mobiliteit wél essentieel is
Voor hybride atleten en hardlopers zijn er een paar gebieden waar mobiliteit vaak wél limiterend is:
Enkel
Beperkte dorsiflexie zorgt voor:
langere grondcontacttijd
hogere achillesbelasting
kortere pas
Heup
Beperkte heupextensie beïnvloedt:
afzet
romprotatie
efficiëntie bij hogere snelheid
Thoracale wervelkolom
Beperkte T-spine mobiliteit beïnvloedt:
armzwaai
ademhaling
loophouding
In deze gebieden is gerichte mobiliteit functioneel — mits gekoppeld aan stabiliteit.
Stabiliteit: de vergeten factor
Stabiliteit gaat niet over “strak staan”, maar over controle behouden tijdens beweging.
Voor hybride atleten betekent dit:
rompspanning bij elke pas
heupcontrole tijdens single-leg belasting
voet- en enkelcontrole bij afzet en landing
Zonder stabiliteit:
werkt krachttraining minder goed
verliest plyometrie zijn effect
wordt mobiliteit niet benut
Stabiliteit is wat mobiliteit bruikbaar maakt.
Mobiliteit en stabiliteit in context
Binnen Hybride Atleet 2.0 worden mobiliteit en stabiliteit nooit los getraind.
Mobiliteit vóór training: kort, gericht, activerend
Stabiliteit tijdens training: geïntegreerd in kracht en plyometrie
Mobiliteit na training: rustig, herstellend
Niet alles elke dag.
Maar precies genoeg, op het juiste moment.
Stop met alles los te trekken
Meer mobiliteit is niet altijd beter.
Meer stabiliteit zonder bewegingsvrijheid ook niet.
Het doel is voldoende mobiliteit om kracht te leveren,
en voldoende stabiliteit om die kracht te controleren.
Daar zit de winst in snelheid, efficiëntie en duurzaamheid.
Wat volgt in blog 5
In blog 5 gaan we dieper in op een cruciaal onderwerp binnen hybride training:
welke krachttraining je loopsnelheid juist afremt — en waarom.
Sterk is de basis.
Snelheid is de vertaling.
Balans bepaalt het resultaat.
